Afdrukken

Het moment dat ik deze column schrijf is de avond na de uitvaart van kardinaal Adrianus Simonis. Een week nadat we het droevige bericht van zijn overlijden hebben ontvangen hebben we voor de laatste keer afscheid van kardinaal Simonis genomen.
Enkele dagen liep ik al met de vraag wat de titel van deze column over zou worden. ‘Vertrouwen’ is het geworden. Het is geen nieuws dat we als kerk en de maatschappij in het stormachtige periode zitten. Corona, veel vluchtelingen die wereldwijd onderweg zijn en het klimaatprobleem komen we iedere dag in de journaals en de kranten tegen. En dat deed me weer denken aan de gebedsviering die paus Franciscus aan het begin van de corona pandemie op een leeg Sint Pieters plein heeft gehouden. In de stromende regen liep paus Franciscus, in zijn simpele witte soutane, naar zijn stoel waar hij het evangelie van de storm op het meer behandelde. (Marcus 4)
In het evangelie dat die avond wordt beschreven gaat over hoe angst zich meester maakt van de leerlingen. De storm beukt tegen de boot waar Jezus op ligt te slapen. Stel je dat eens voor. “Doet het u niets dat wij vergaan” (Marcus 4, 38) vragen de leerlingen. Uiteindelijk sommeert Jezus de wind en deze gaat liggen, want Jezus is de elementen de baas.
Als we het over een onstuimige periode hebben is dit een mooi voorbeeld waar wij ons als gelovigen aan vast kunnen houden.
Maar ik ervaar zelf de laatste tijd steeds meer een andere kant die met vertrouwen te maken heeft.

Wanneer vaste waarde wegvallen, elk automatisme niet meer automatisch is, wanneer je merkt het leven niet maakbaar is mogen en kunnen wij als gelovigen altijd terugvallen en vertrouwen op God. Hij is het waar we altijd terecht kunnen en die ons altijd de hand reikt. In de vele pastorale contacten die ik de laatste maanden heb gehad komt dit ook naar voren.
Ik ervaar deze periode als een soort reset en een kans om dichter bij de Bron te komen.
Het is een tijd van meer verdieping in mijn geloof. Juist doordat er zoveel in de wereld gebeurt ervaar ik de vreugde van het geloof en besef ik dat we wel in de wereld zijn maar niet van de wereld. Als gelovigen mogen wij altijd vertrouwen en hoop in de toekomst hebben.
En dat ik niet de enige ben heb ik laatst tijdens de doopvoorbereiding mogen ervaren. Tijdens de doopvoorbereiding gaat het gesprek over de sacramenten, de motivatie dat ouders hun kindje laten dopen en hoe ze de geloofsopvoeding zien. Tijdens een van de bijeenkomsten sprak een van de ouders die zelf niet gedoopt was het verlangen uit om ook gedoopt te worden. We hadden het over een Beschermer waar je altijd bij terecht kunt en die wilde zij ook. Uiteraard heeft de dopeling die Beschermer, al wordt deze bevestigd in de doop.
Dit is zomaar een voorbeeld waarin je kunt zien dat God met Zijn kerk bezig is en dat het die persoonlijke band met Jezus Christus is die ons kracht en moed geeft. Zoals Jezus aan de leerlingen vraagt: “Wie zeggen de mensen dat ik ben, wie zeggen jullie dat ik ben.” Zo vraagt hij dit ook aan ons. Wie is Jezus voor u, jou en mij.
In dit Jaar van de Eucharistie mogen we erbij stil staan dat we altijd vertrouwen mogen hebben in de toekomst en dat Hij onder ons is tot Zijn wederkomst. Na het ontvangen van de heilige communie mogen we worden wie we ontvangen. Het lichaam van Christus.
Laten we vol vertrouwen naar de toekomst kijken. Dat we de vreugde van het evangelie mogen leven en mogen doorgeven. Dat we met de woorden van de H. Augustinus in dei nomine feliciter, in Gods naam gelukkig mogen zijn.
Pastor Ronald den Hartog