Afdrukken

Het kerkelijke jaar loopt ten einde. Op 1 december is het al weer de Eerste Advent.
Het nieuwe jaar zal in het teken staan van het “Jaar van de Eucharistie”.
November richt onze blik op de vergankelijkheid. Wij zijn slechts een korte tijd op aarde.
Allerheiligen en Allerzielen zijn dagen van verbondenheid. Die verbondenheid ervaren we niet alleen bij vreugdevolle momenten, maar ook bij moeilijke en verdrietige momenten. Momenten waarin afscheid nemen en loslaten dicht bij ons komen.
Met enige regelmaat kom ik in het hospice in Winterswijk en in Haaksbergen.
De meeste mensen willen thuis sterven. Maar dit is niet altijd mogelijk. Wanneer de zieke afhankelijk is van apparatuur, medicamenten of 24-uurs-zorg of omdat er niemand is die de zieke kan of wil verzorgen, komt zo’n hospice vaak in beeld. Naast de professionele hulpverlening en ondersteunende vrijwilligers kunnen familie en vrienden dichtbij blijven.
Wat mij als priester, die zo’n hospice in- en uitgaat, telkens weer treft, dat is de manier waarop men met de dood omgaat.

De dood wordt niet neergezet als een noodlot of een verloren of vergeefse strijd, maar iets natuurlijks dat in het leven is geïntegreerd. De dood hoort bij het leven. De dood wordt geaccepteerd, de stervende niet als “bijna afgelopen” weggestopt. Het eerste streven in het hospice is het welzijn van hen die er verblijven en de mensen om hen heen. Er heerst rust, mensen kunnen er zichzelf zijn. Ze voelen zich niet te veel. Een sfeer van ‘er mogen zijn in jouw situatie’, respect, gecombineerd met een effectieve pijnbestrijding waardoor ondraaglijke pijn niet nodig is, haalt het verlangen naar vrijwillige euthanasie vaak weg. Euthanasie, gevoed door de angst voor het lijden, slaat vaak de bodem onder de voeten van kwetsbare mensen weg. Kwetsbare mensen kunnen soms een enorme druk ervaren, omdat zij het gevoel hebben hun omgeving een te zware last op te leggen. Ook kunnen zij het gevoel hebben in hun levensfase niet meer mee te tellen en dat het allemaal niet zinvol meer is. Een plek die een sfeer van “thuis” ademt, waar verzorging aanwezig is, tijd en aandacht is voor persoonlijke behoeften, waar de bewoner of het familielid zijn of haar verhaal kwijt kan, waar niets moet en veel kan, waar de bewoner mede bepaalt wat er met hem of haar gebeurt, is dan van groot belang.
Bij één van mijn bezoeken raakte ik in gesprek met een vrijwilligster. Vrijwilligers in het hospice hebben verschillende achtergronden en motivaties om zich in te zetten. Het verhaal van de Barmhartige Samaritaan bleek voor haar van groot belang: de medemens te zien als je naaste en iets te betekenen (naaste te worden) voor een ander. Net zoals een pasgeboren kind met veel liefde en zorg begroet wordt, zo moet men ook hen die in hun laatste levensfase zijn liefdevol begeleiden in het leven, dat hun rest. “Wanneer ik hun dankbaarheid ervaar en zie hoe zij hun lot verwerken en overwinnen, geeft dat me heel veel. Ik word er op mijn beurt door gesterkt en bemoedigd”, zo vertelde ze.
Ook ik ervaar de omgang met hen die op het punt staan uit dit leven over te gaan als een voorrecht. Wanneer mensen komen aan de afsluiting van hun aardse weg, dan openen zij zich vaak. En dit wordt bevorderd wanneer hen een liefdevolle omgeving geboden wordt.
Het leven, hun leven is heilig.
Ondanks het feit dat het hospice zijn oorsprong heeft in het christendom wordt niets min of meer opgedrongen als iemand niets van het geloof wil weten.
Ik heb een enorm respect voor allen die er actief zijn, komen en gaan en goede dingen doen. Bewust of onbewust dragen zij het evangelie van ontferming en barmhartigheid uit. Het geloof in het leven voor de dood en in het leven na dit leven geeft kracht en troost vanwege de zekerheid, dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood.
Pastoor H.A.M. de Jong