Doop

HET SACRAMENT VAN HET DOOPSEL

In het evangelie geeft Jezus na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen de opdracht om te dopen: ‘Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden wat Ik u bevolen heb’ (Matt. 28, 19).

Het doopsel is het eerste sacrament dat je kunt ontvangen. Het  wordt ook wel het ‘bad van de wedergeboorte’ genoemd: ‘het oude is voorbij, het nieuwe is al gekomen’ (2 Kor. 5,17). Het doopsel zuivert je van alle zonden die je met je meedraagt (erfzonde) of die je hebt gedaan. Ze worden als het ware van je af gewassen. De pas gedoopte is een nieuwe mens geworden. De doop geeft de kiem van eeuwig leven: je mag delen in het nieuwe leven van Jezus die verrezen is.

Het doopsel maakt de gedoopte tot lid van de Kerk. Een gedoopte is geroepen om met zijn of haar talenten en gaven mee te helpen aan de opbouw van de Kerk en haar opdracht in de wereld.

De viering van het doopsel vindt meestal in een aparte viering plaats. Soms wordt tijdens de eucharistieviering gedoopt. Na de ontvangst van de dopeling en het stellen van de nodige vragen aan de ouders (als kleine kinderen worden gedoopt) of aan de volwassen dopeling zelf, volgen de schriftlezing, voorbeden, gebed tegen het kwaad met handoplegging en het uitspreken van de geloofsbelijdenis.

De dopeling wordt gedoopt met gezegend water, dat over het hoofd stroomt , terwijl gezegd wordt: ‘Ik doop jou in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’. Na het doopsel volgt de zalving met chrisma op de kruin, de oplegging van het witte doopkleed en het ontsteken van de doopkaars. Bij kleine dopelingen worden vervolgens de oren en mond aangeraakt: ‘dat je spoedig Gods woord kunt verstaan en je geloof kunt belijden’.

Het doopsel is het fundament voor de eenheid van alle christenen. Als een protestant zou willen toetreden tot de Katholieke Kerk dan wordt hij of zij daarom niet opnieuw gedoopt, maar als reeds gedoopte door de zalving van het vormsel in de Kerk opgenomen.  

Onze parochiepatroon Paulus werd, onderweg naar Damascus, in een visioen aangesproken door de verrezen Heer: ‘waarom vervolgt gij Mij?’ (Hand. 9, 4). Paulus kwam tot geloof en liet zich dopen.

Naast het doopsel van kinderen, dat gedragen wordt door de geloofsverantwoordelijkheid van de ouders binnen de Kerk, kennen we ook het doopsel van jongeren en volwassenen: degenen die op latere leeftijd de wens hebben om opgenomen te worden in de gemeenschap van de Kerk.

Na een intensieve voorbereiding ontvangen zij de sacramenten van doopsel, vormsel en eucharistie in één viering.

Het doopsel is eenmalig want de Heer blijft je trouw. Het doopsel is onuitwisbaar.

Klik hier voor een filmpje over De Doop