Veranderingen in de kerk

Paulus en zijn locaties. ( deel 10)

Wanneer ik lees over Het tweede Vaticaans concilie (1962-1965) en de doorgevoerde veranderingen valt het mij op dat het vaak over niet-theologische elementen gaat. Denk aan de priester die met het gezicht naar de mensen de H. Mis in de volkstaal op ging dragen, stoelen in plaats van kerkbanken, het verdwijnen van het priesterboordje, de zgn. Beeldenstorm, de invoering van de zaterdagavonddiensten, denk aan leken die (gaan) meebesturen en (mee) voorgaan in liturgische vieringen. Over het essentiële onderwerp van het Concilie, de eigenlijke boodschap / de kern waar het in ons geloof om gaat, het geloof in de ene ware God en onze verhouding met Hem, wordt over het algemeen binnen onze kerk door de ‘gewone’ mensen veel minder gesproken. Ik bedoel dat voor veel mensen de manier van uitdragen van de boodschap misschien wel belangrijker is geworden dan de boodschap zelf. Je moet minstens kerkjurist zijn om een goed beeld te krijgen van wat nou precies de uitkomsten van het Concilie zijn en hoe die uitkomsten geïnterpreteerd moeten worden.
De opkomst van verschillende typen beroepskrachten in het pastoraat: priesters, diakens en pastoraal werkers, zowel mannen als vrouwen, allen met een volwaardige en volledige pastoraal- theologische opleiding, was na het Concilie een verademing. (Gelovige) mensen kunnen van elkaar leren, mensen kunnen die blijde boodschap van Jezus op verschillende manieren aan elkaar doorgeven. Inderdaad, het vieren van het geloof kan op veel verschillende manieren. Dat de Eucharistie en het voorgaan in de Eucharistie uniek is en dat die Eucharistie – de kern van ons geloof – de centrale plaats inneemt en onvervangbaar is, is de afgelopen decennia soms wel eens wat op de achtergrond geraakt. Die centrale plaats wordt door de kerkleiding weer sterker benadrukt. Eén van de gevolgen daarvan is – met het geringe aantal priesters - het aanwijzen van een Eucharistisch Centrum in een parochie, in onze St. Paulusparochie de Calixtuskerk in Groenlo. Die verschillende interpretaties/onduidelijkheden van de uitkomsten van het Concilie zijn m.i. voor een groot deel debet aan de botsing en verwijdering tussen gelovigen, parochianen en de kerkleiding/bisdomstaf. Vele medewerkers, professioneel of als vrijwilliger,die zich mede geroepen voelen de kerkgemeenschap te dragen, komen in het nauw. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de pastoraal werk(st)ers en al die vrouwen die zich met hart en ziel inzetten voor onze Kerk. De kerkelijke leiders spreken al jaren van een missionaire kerk, dat betekent: Christus en Zijn boodschap bij en naar mensen van onze tijd brengen. Maar…..die mensen van onze tijd hebben ook leiders van onze tijd nodig. Ik denk ook aan de ‘gewone’ parochianen, die zich door de ontwikkelingen binnen de Kerk steeds minder thuis voelen in die Kerk en afhaken. In zijn preek op Hemelvaartsdag zegt pastoor De Jong o.a. : ‘De opdracht van Jezus om op weg te gaan, om te verkondigen wat Hij gezegd en gedaan heeft, geldt aan ons. Die opdracht is van groot belang voor de toekomst. In onze katholieke kerk is veel aan de hand en sommigen houden het voor gezien. Vaak komt dat afhaken door het slechte voorbeeld dat gelovigen ontmoeten. De kerk van de toekomst zal een kerk zijn die naar buiten treedt, open is, helder en ook datgene durft te benoemen wat kwaad is. Maar ook een kerk die niet vergeet de blijdschap en hoop die Gods liefde ons geeft, uit te dragen’. Aan deze bemoedigende woorden hou ik mij vast en ik hoop u ook. (wordt vervolgd)

André Kempers, Lid locatieraad Groenlo