Pastorale columns

 

Pastorale column: ‘Jaar van de Eucharistie: Jezus nodigt ons uit’

Pastorale column: ‘Het einde der tijden’

Pastorale column: ‘Je ziet Hem niet, want Hij is doorzichtig’

Pastorale column: De vastentijd: een tijd van meer en minder

Pastorale column: Weten dat je geliefd bent

Pastorale column: Nostalgie

Pastorale column: Herfststormen

Pastorale column: Verkondig het evangelie

Pastorale column: Geloof, hoop en liefde voor een (moedige) minderheid

Pastorale column: Stilte in je hoofd in een wereld vol herrie…

Pastorale column: Vertrouwen

Pastorale column: Kerk in beweging

Pastorale column: Mensen van het licht

Pastorale column: Veertigdagen de tijd voor het Pasen is

Pastorale column: Een weg gegaan en nog te gaan!

Pastorale column: De tijd krijgen

Pastorale column: Het is mooi geweest...

Pastorale column: Overgang

Pastorale column: Er is een tijd voor alles.  Wanneer is je leven voltooid?

Pastorale column: Afsluiten en opnieuw beginnen. Een nieuwe start maken!

Pastorale column: Zomer in zicht

Pastorale column:  Het waaien van de geest

Pastorale column: Pasen

Pastorale column: Op weg naar Pasen 



Jaar van de Eucharistie: Jezus nodigt ons uit

In een interview vertelde een legeraalmoezenier over hoe het er aan toe ging toen hij destijds was uitgezonden naar Afghanistan. Iets voor elkaar krijgen met de lokale bevolking was daar niet een kwestie van simpelweg vragen en zaken doen. “Het ging meestal via een maaltijd” zo vertelde hij in het vraaggesprek dat ik met belangstelling volgde. “Je at samen, het ging over van alles en na twee, drie uur, tegen het vertrek kwam de aanleiding voor het bezoek op tafel en werden er zaken gedaan. Op het moment dat er verbinding was, vertrouwen, een band die ontstaan was door die gezamenlijke maaltijd”. 

Aan tafel wordt gemeenschap gesticht, wordt uitgewisseld, hersteld. De maaltijd is vaak een teken van verzoening en van vrede. We zien in onze tijd initiatieven om mensen met verschillende achtergronden samen te brengen via een maaltijd. Mensen leren elkaar kennen en zien de ander staan. Onbekenden worden bekenden.
Jezus at met zijn leerlingen, maar ook met Farizeeërs en mensen met een bedenkelijke achtergrond zoals de tollenaar Zacheüs.
Op zondag 23 juni vieren we het Hoogfeest van het Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus. Kortweg: Sacramentsdag. De Heilige Eucharistie is het sacrament van de blijvende aanwezigheid van onze Heer Jezus Christus midden onder ons. Het woord Eucharistie komt uit het Grieks en betekent dankzeggen. De Heilige Eucharistie, de Maaltijd van Dankzegging vormt het hart van ons geloof en ons christelijk leven.
In de Goede Week kondigde onze aartsbisschop een ‘Jaar van de Eucharistie’ aan. Kardinaal Eijk gaf aan geïnspireerd te zijn door het schilderij “De Emmaüsgangers” van Rembrandt van Rijn. Een heel ‘Jaar van de Eucharistie’ dat begint op de Eerste Zondag van de Advent en een bezinning op gang wil brengen zodat de Heilige Eucharistie steeds meer of opnieuw een centrale plek in het hart van ons geloofsleven in gaat nemen.
Persoonlijk ben ik erg ingenomen met dit initiatief.
De Eucharistie sticht gemeenschap. De Eucharistie bouwt de Kerk op en verbindt ons met de Heer en vanuit Hem met elkaar. Het is voor mij als priester een voorrecht en grote vreugde dagelijks de Eucharistie te mogen vieren.
Een bezinning op wat de Eucharistie is, inhoudt, vraagt en bewerkt is in onze tijd broodnodig. Bij velen die bij de Kerk horen is een lauwheid ontstaan waardoor men gemakkelijk afhaakt. Kennen we de diepte van het mysterie dat de Eucharistie is? Dan is er gebrek aan kennis, maar ook ontbreken aan overgave aan het onverklaarbare dat de Eucharistie in zich draagt. En tenslotte is er de vraag naar het verlangen. Verlangen we er écht naar om naar Jezus toe te gaan en in de Eucharistieviering naar Hem te luisteren en Hem te ontvangen in de Heilige Communie? Ook als we daarvoor moeite moeten doen? Ook als we naar een ander kerkgebouw gaan om daar te vieren? Laten we niet vergeten dat wij Jezus niet uitnodigen om in ons midden te komen, maar dat Hij dat doet. Hij is de gastheer. In het evangelie lezen we dat Jezus maaltijd houdt met zijn leerlingen en niet andersom. Hij neemt altijd het initiatief.
Ik ben benieuwd naar de pastorale brief die kardinaal Eijk zal uitbrengen over het ‘Jaar van de Eucharistie’ en naar de aanbevelingen om accenten te leggen. We zullen als pastoraal team zeker meedoen en u stimuleren en ondersteunen en we hopen dat dit jaar, door de kracht van de Heilige Geest die Jezus uitblies over zijn leerlingen, vruchten mag geven. Vruchten die blijvend zijn.
Pastoor H.A.M. de Jong


Het einde der tijden

Het is de week van de aanslag in Utrecht, van de verkiezingswinst van Thierry Baudet, van een weer uitgestelde Brexit en een milieuramp in Oost-Afrika. Het is ook de week waarin de lente, na de valse start in februari, echt lijkt te gaan beginnen. Het is net alsof de wederopstanding van de natuur de sombere geluiden over het klimaat en het wereldgebeuren tegenspreekt.
De afgelopen maanden klinken er vaak geluiden over de dreiging die op de loer ligt en een einde zou maken aan onze westerse cultuur, aan een leefbare wereld, aan onze royale levensstijl. De scheppingsorde zoals wij die kennen, is in verwarring geraakt, en er heerst overal chaos. Vaak valt daarbij de term ‘Apocalyps’. Het woord komt uit de Bijbel, en is de Griekse naam van het laatste boek, dat we ook kennen als de ‘Openbaring van Johannes’. Dit jaar wordt eruit gelezen op de zondagen tussen Pasen en Pinksteren in de liturgie. Het boek stamt uit het einde van de eerste eeuw, en is geschreven in een tijd dat de christenen werden vervolgd. Een van hun leiders, Johannes, is verbannen naar het eiland Patmos. Daar heeft hij een droom, die hem openbaart, onthult, hoe de nabije toekomst eruit zal zien. Op het eiland kun je nog de grot bezoeken waar dat gebeurd zou zijn.
In beeldende taal beschrijft Johannes hoe de wereld ten prooi valt aan de macht van het kwaad. De Anti- christ en zijn handlangers lokken de mensen weg van de we van Christus, met halve waarheden en onmogelijke beloften. En veel mensen laten zich overhalen door deze zogenaamde redders, maar ze hebben niet in de gaten dat ze hun ondergang tegemoet gaan. De scheppingsorde van zon, maan en sterren valt uiteen. Maar na een felle strijd zijn het uiteindelijk de kracht van God en het Lam Gods die het kwaad weten te vernietigen. En een nieuwe stad van God daalt vanuit een nieuwe hemel neer op een nieuwe aarde.
De kerk van Johannes leefde in tijd waarin er meer redenen waren om bang te zijn dan nu. Ik heb de indruk, dat we nu vooral bang gemaakt worden, en meestal voor de verkeerde dreigingen, voor spoken. Volgens mij hebben we geen sterke leiders nodig, die ons de weg zullen wijzen naar een stralende toekomst. We hebben daar slechte ervaringen mee, in de vorige, maar ook in deze eeuw. We zien hen te vaak van hun voetstuk vallen, de sterren en kometen die even opvlammen en daarna verdampen.
Bovendien: de redders van onze tijd halen hun toekomstdroom uit het terug verlangen naar een ‘boreaal paradijs’, wat enge associaties oproept, een Arcadië of Gouden Tijd, die voor de meeste mensen loodzwaar was. Johannes ziet die toekomst veel nuchterder, zou je kunnen zeggen, als een stad, maar wel een leefbare, duurzame stad. De weg daarnaartoe is geen gemakkelijke. Maar het is wel een weg die voor iedereen bedoeld is, een weg gebaseerd om menselijke relaties en wederzijds respect. Het is ook geen ideale stad, in die zin, dat alles er volmaakt is. Maar als er iets misgaat, wordt het met geduld en compassie opgelost. Bij Jezus heet die nieuwe wereld: Rijk van God, of: Koninkrijk der hemelen. Op de akker van die wereld, van dat rijk, is ook onkruid te vinden, en niet alle zaadjes komen uit. Maar er is een uit zijn kluiten gewassen mosterdstruik, met ruimte, ook voor vreemde vogels, en bereidheid om elkaar te vergeven, om er te zijn voor elkaar, zoals God er is voor ons. Zoiets als die lentetuin, waarin Christus uit de dood is opgestaan, om onze angst voor spoken weg te nemen.
Pastor Jos Droste.


‘Je ziet Hem niet, want Hij is doorzichtig’


Waarom ik het moeilijk vind om te zeggen of ik in God geloof en wat dat dan betekent voor mij?
Een klein meisje vertelt over God: … ‘God is overal. In de kamer, buiten in het bos, in Afrika, Azië en Amerika, en gewoon bij ons, in het donker en in de zon op het strand. Hij is ook op jouw neus. Maar je ziet Hem niet, want Hij is doorzichtig.’

Het zijn niet alleen kinderzaken, poppen en snoepjes, die door haar koppie gaan. Ook wat ze ervaart van God kleurt het leven van dit meisje. En ze heeft er zelfs woorden voor om erover te vertellen; een ander houdt het misschien voor zichzelf, of drukt het uit in een tekening of spel.

Een kind kunnen we het geloof niet leren, denk ik. De vraag is niet of en hoe we dit meisje het geloof zouden kunnen bijbrengen of aan haar kunnen overdragen. Natuurlijk, er is voldoende wat we haar kunnen meegeven aan (Bijbelse) kennis. Er zijn genoeg liedjes die we haar kunnen aanleren, of rituelen om dat geloven vorm te geven. Heel belangrijk. Maar geloof op zich leren, dat doen we daarmee niet. De vraag is hoe we haar kunnen helpen haar Godservaringen te verwoorden of te verbeelden. Welke liedjes, verhalen en rituelen kunnen daaraan bijdragen?
We kunnen haar benaderen als iemand in wie God werkt, in wie iets van God te ontdekken is.

Wat geldt voor dit kleine mensje geldt ook voor grote(re) en oude(re) mensen. Er gaat van alles in ons om: hoop, onzekerheid, angst, verwondering, dankbaarheid en vertrouwen, …en ook God. Misschien is het verstopt geraakt, verdonkeremaand of staat het stand-by. Soms komt het er opeens verrassend uit, en blijkt een ander, ouder of jonger een vindplaats van God.

Dat meisje zei het trouwens al. God: je ziet Hem niet, want Hij is door-zichtig. Maar Hij is overal. Ook op jouw eigen neus. Dit stelt vragen aan ons: weet ik eigenlijk precies wat en waarom ik geloof? Hoe deel ik datgene dat waardevol is voor mij met anderen? Hebben we het dan over hetzelfde? Een veel gehoorde vraag, zoals bij de gasten in het TV programma ‘Adieu God?’ is dan ‘waarom haak je af?’ Haken we af in het christelijk geloven, omdat (meestal in onze tienerjaren) het besef doordringt dat de wereld anders is ontstaan dan we als kind leerden. De wetenschap houdt zich terecht bezig met waarneembare en logische verklaringen, en daar past iets als 'God' niet in. Het Westen is sinds 1945 welvarender dan ooit. Voor grote problemen zoals de klimaatverandering verwachten we technische oplossingen? De beschikbare vrije tijd hebben we allang opgevuld met vele andere activiteiten. En vertel je omgeving maar eens dat je tijd vrij wilt maken om naar de kerk te gaan. Of vertel op een feestje maar eens dat je nog steeds gelooft in God en bij die kerk wilt horen waar zoveel mis is gegaan. Het imago van de kerk is slecht. Het is veel moderner en verstandiger dat je hebt gebroken met dat - in veler ogen- achterhaalde ‘sprookje’ uit je jeugdjaren. Duivel en zonde bestaan niet meer: iedereen doet toch wel eens iets verkeerd? Dat geeft toch niet? Een vaker gehoorde uitspraak. Of speelt er iets anders? Ben je één van die mensen die nooit echt is binnengekomen, binnengeleid in het geloof? De generatie van communieouders en ouders van vormelingen slaken soms een noodkreet: hun eigen generatie is grotendeels afgehaakt, de generatie boven hen hebben geleerd katholiek te leven, maar zijn niet gewend hierover te spreken en er woorden aan te geven. Geloof dat doe je gewoon. In die gelovige bubbel zijn zij groot geworden.

Het is een spannende tijd waarin we leven. Hebben we de hoop verloren? Zijn we slechts gelovige consumenten op bepaalde momenten in ons leven? Nooit eerder werd zo sterk een beroep gedaan op ons individuele geloof dan in deze tijd? Er blijft een verlangen, terwijl er ook twijfels en vragen omtrent het geloof leven. Ergens leeft ook een fundament, een soort rotsvast geloof dat God bestaat en dat het christelijk geloof de manier is om Hem te leren kennen.
Zelfs al geloof ik niet alles letterlijk en ben ik het niet overal mee eens, ik zie mijn geloof als een mooie manier om betekenis te geven aan mijn leven. De waarden – naastenliefde, vergevingsgezindheid, barmhartigheid en zorg dragen voor de zwakkeren in de samenleving – spreken me genoeg aan om de twijfels over de rest opzij te schuiven.
Bij stellig ongeloof voel ik de behoefte om te verdedigen, omdat er ook veel mooie kanten aan zitten. In gezelschap van gelovigen val ik zelf in zo’n stelligheid. Kraakt iemand de kerk af, dan voel ik de behoefte ze te wijzen op al het goede liefdadigheidswerk dat de kerk doet. Maar wanneer iemand beweert dat de kerk de wijsheid in pacht heeft, maak ik me kwaad om de hoogmoed die van zo’n bewering uitgaat.

Herkent u zich in bovenstaande dan zijn de onderstaande boeken warm aanbevolen, omdat die gaan over unieke mogelijkheden en kansen voor iedere christen om mee te helpen een vitale geloofsgemeenschap te worden en voor elk die een toekomst met Christus voor zich ziet.

  • "Rebuilt" (wederopbouw) door Michael White, pr en Tom Corcoran, pw in de VS
  • "Als God renoveert" door James Mallon, bisschoppelijk vicaris in Canada
  • "Sporen van God in het dorp" door Jacobine Gelderloos, promotieonderzoek platteland
  • "Waarom ik Christen ben" door Engelse dominicaner monnik Timothy Radcliffe

Als pastoraal team gaan we graag verder in het spoor van de impulsavond die we onlangs hebben gehouden: samen delen en vrijuit spreken over geloofservaringen die voortkomen uit het huiselijke leven en opvoeding en deze verbinden met traditie en kennis. Woorden vinden voor en verdiepen in wat we geloven en wat of Wie ons als dierbaar verlangen voort doet gaan.

Hebt u zin om in kleinere groepen in uw gemeenschap hierover verder te spreken, dan horen we dat graag en voel u vrij om dit aan te geven. Wij staan open voor u.
We wensen u alvast een Zalig Pasen: in navolging opstanding in uw eigen leven.
Je ziet Hem niet, want Hij is door-zichtig en zit ook op jouw neus.

Vanuit het pastoraal team,
pastoraal werkster Carla Roetgerink.


De vastentijd: een tijd van meer en minder

Op het moment dat ik deze Column schrijf ben ik net terug van een korte stedentrip aan de Vlaamse stad Leuven. Samen met een collega hebben we een bezoek gebracht aan twee Nederlandse priesters die daar wonen en studeren. Als je door de stad loopt zie aan alles het een door en door katholieke omgeving is. De straatnamen en de vele kerken spreken voor zich. In een kleine kerk in Leuven is ook het graf van de misschien wel de grootste Belg allertijden: de Heilige Pater Damiaan de Veuster.
Pater Damiaan was een Vlaamse priester die als missionaris de zielzorg heeft opgepakt voor de melaatsen die van Hawaï naar het eiland Molokai werden gestuurd. Ver van de bewoonde wereld, verstoten van medische zorg en geen mogelijkheid op terugkeer of herstel. Hij ging naar de mensen toe waar niemand meer contact mee wilde hebben. Uiteindelijk heeft hij zelf ook de ziekte lepra opgelopen. Hij was een melaatse onder de melaatsen. Een Heilige man de het Evangelie heeft geleefd in doen en laten. Zijn Missie heeft hij tot aan het eind toe volbracht. Een Missie die hij met een zeer sterk geloof heeft uitgevoerd.
In het liturgisch jaar staan we vlak voor het begin van de veertigdagentijd. Na een paar dagen carnaval zoals in verschillende gemeenschappen uitbundig wordt gevierd starten we met de voorbereiding op het grote Paasmysterie. Vanaf Aswoensdag maken we ons klein voor de Heer en start in de kerk een periode van vasten, gebed en het geven van aalmoezen. Een uitdagende tijd die iedereen op zijn of haar eigen manier zal beleven. In de natuur zie je deze tijd dat het nieuwe leven weer begint terug te komen. De bomen en planten lopen uit en kale takken worden weer gevuld met groene bladeren. Voor mij is de vastentijd een tijd van meer en minder. Of eigenlijk een periode van heel bewust in het leven staan. Bewust zijn van het eten en drinken, bewust zijn van het gebed en de kracht en schoonheid van de liturgie en het bewust zijn van de vele mensen om ons heen. En de vragen te stellen; Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? Het is een periode van reflectie van loslaten. Terugkeren naar de Bron om het Paasmysterie goed te kunnen vieren.
Hopelijk kan ik de inspiratie vinden in en een voorbeeld nemen aan, de heilige Pater Damiaan. Hij die in de zieke en de uitgestoten mens Jezus zelf herkende. Die standvastig is gebleven in moeilijke tijden en het Evangelie heeft voorgeleefd. Hij heeft mensen het licht in het leven weer terug gegeven.

Dat wens ik ons allemaal toe. Dat ook wij op zoek gaan naar het Licht van de wereld en het leven van een ander wat beter te maken.

Allen een goede veertigdagentijd gewenst.
Pastor R. den Hartog


Weten dat je geliefd bent.

 

De kersttijd sluiten we in de liturgie af met de Doop van de Heer. Dat is een gebeuren dat het begin markeert van Jezus’ openbare leven. Johannes, de doper, is een profeet en hij droomt van een nieuwe en betere tijd. Het volk had te lijden onder de Romeinse bezetting. Sommigen blijven vasthouden aan het verleden, anderen leven erop los, want wat maakt het uit, het zal mijn tijd wel duren. Weer anderen zoeken een nieuwe weg. Johannes roept in die situaties mensen op om zich te bekeren. Zich af te keren van hun leven tot nu toe en zich toe te keren naar God. De mensen die erdoor geraakt zijn, in Johannes droom geloven, laten zich dopen.  Ze gaan symbolisch door het water van vernieuwing, naar een nieuw en fris leven. Water verfrist, maakt nieuw. Wat dood en doods leek wordt door water als nieuw.
“Ik doop met water”, zegt Johannes, “maar er komt iemand die sterker is dan ik. Hij zal u dopen met heilige Geest en met vuur”.  Jezus mengt zich tussen de mensen die gehoor geven aan de oproep van Johannes. Hij gaat tussen de mensen staan die verlangen naar een ander en beter leven. Hij gaat naast mensen staan die Gods roep en belofte willen horen. God laat horen dat Hij van mensen houdt, dat Hij er voor hen wil zijn. Jezus laat daarmee zien dat Hij solidair is met mensen die dingen gedaan hebben die niet deugen. Uit wat Jezus doet, wordt zijn geestkracht duidelijk: zijn vurig verlangen dat alle mensen geluk zullen vinden. Geestkracht wordt zichtbaar in wat een mens doet. Maar als Jezus gedoopt wordt gebeurt er wel iets bijzonders. Tijdens het gebed na zijn doop gaat de hemel open en de Geest daalt als een duif op Hem neer. Er is een stem, een goddelijke stem: “Jij bent mijn geliefde zoon… ik hou van je”.
Weten dat je geliefd bent is van diepe betekenis voor ieder mens. Bij de doop ging ook voor ons de hemel open. Gods stem: jij bent mijn geliefde zoon of dochter, ik hou van je.  Wij mogen weten dat wij geliefde zonen en dochters van God zijn. God heeft ons lief vanaf het prille begin. Onze naam is geschreven in de palm van Gods hand. We mogen weten dat wij altijd door God geliefd zijn, met onze gebrokenheid en tekortkoming, met ons lijden en verdriet. Liefde en verdriet ze gaan samen op, hoe ons leven ook verloopt. Dat is de diepe betekenis van geloven in God, de Vader van Jezus Christus, Schepper van hemel en aarde. Geloven dat God een fundament voor je leven is. Dat is niet altijd gemakkelijk.

Dat vraagt aan ieder van ons om gebed, en bezinning. Maar ook als geloofsgemeenschap dienen we stil te staan bij de vraag wat geloven in God voor ons betekent.

We maken in onze Kerk en geloofsgemeenschappen moeilijke tijden door. Zorgen over toekomst van dat geloof en geloofsgemeenschappen. We hebben in onze tijd ook dromers, profeten nodig die ons richting wijzen. Met visie waar je warm van wordt en waar je je voor wilt inzetten. Met de Geestkracht van God gaat ons dat lukken, dat geloof ik vast! Zo gaan we samen bouwen aan de toekomst van de St. Paulusparochie, die er anders uit gaat zien dan wij ons nu kunnen bedenken. Ik hoop oprecht dat we samen nieuwe wegen willen zoeken en gaan.

 

Cor Peters, diaken



Nostalgie

Toen ik onlangs in Vragender kwam, hoorde ik het lied van “Het Dorp” van Wim Sonneveld. “Het dorp, …. ik weet nog hoe het was ….”. De koster had vóór de viering een cd opgezet waarop dit lied tussen Marialiedjes bleek te staan.
Wanneer je de tekst van dit lied door je heen laat gaan voel je een zeker heimwee naar de tijd waarin alles overzichtelijk was, mensen elkaar kenden en het leven aandachtiger en hechter met elkaar werd beleefd.
Oudere parochianen vertellen me vaak over de parochie van vroeger. De pastoor had één kerk, legde zijn huisbezoeken af, er waren kapelaans die hem hielpen, zij kenden de families en verbindingen en bijna iedereen was op de een of andere manier betrokken bij de Kerk. De Kerk, die een rol van betekenis had in de samenleving. Met de Kerk werd rekening gehouden.
Kort geleden werden de resultaten gepubliceerd van het zoveelste onderzoek naar geloof en geloofsbeleving in Nederland. Krimp alom.
“Gefeliciteerd!” zei Jeroen Pauw toen in diens talkshow Klaas Dijkhoff aanschoof om zijn uittreding uit de RKK toe te lichten. Dat is zoals het nu is.
Niet alleen het dorp, ook in de kerk zijn vanzelfsprekendheden weggevallen. Geloven doen velen zélf wel en zoeken dit niet, misschien nog op een scharniermoment in hun leven na, in een gemeenschap van gelovigen. Zij maken hun eigen keuzes: “geloof ja, kerk nee”, of “ik heb mijn eigen geloof” . En dat is ieders goed recht.
We komen uit een tijdperk waarin bijna iedereen zich tot het christendom bekende. De Kerk was oppermachtig. Soms uit een hang naar macht en invloed, maar vaker uit een oprechte zorg voor het heil en het welzijn van mensen. Laten we niet vergeten wat die Kerk in het verleden allemaal tot stand heeft gebracht en nog steeds doet. Nu het anders is geworden kunnen we rouwig zijn over de situatie waarin wij ons bevinden. Of niet.
De boodschap die we uit mogen dragen blijft onveranderd en is een bron van vreugde en heil. Ook al wordt ons getal minder en nemen we afscheid van een vertrouwd verleden: gelovigen blijven geroepen worden om ‘zout’ en ‘licht’ te zijn in de wereld (Mattheus 5, 13). De Kerk, kleiner in omvang, moet weer het gist in het deeg worden, het zout in de pap. Zij is ooit héél klein begonnen en stond open naar de wereld om daar een bijdrage te leveren aan het Koninkrijk van God dat door Jezus werd verkondigd.
Haar weg is nooit een aaneenschakeling van successen is geweest. Hoogte- en dieptepunten zijn haar deel geworden. Schandalen ook.
Laten wij, met Kerstmis en een heel nieuw jaar voor ons, niet bij de pakken neerzitten, maar juist nu in beweging komen en bezig blijven, vanuit onze eigen verantwoordelijkheid, met de goede dingen. Schroom niet om over je geloof, over Wie je bezielt en wat je gaande houdt te spreken!
Tweeduizend jaar geleden ging in een dreigende wereld en in een donkere nacht de hemel open en kwam ons Heil ter wereld. Jezus, het Kind van Bethlehem is Gods antwoord op ons hopen. In die donkere wereld kwam het Licht, het teken van Gods redding. Dat Licht is altijd met mensen mee blijven gaan. Dat Licht heeft de weg gewezen. Om Hem gaat het!
Ook Kerstmis roept nostalgische gevoelens in ons wakker. Denkend aan vroeger, toen alles toch anders was …? “Iedere tijd”, zo zegt Prediker “heeft zijn eigen dingen en voor alles is er een juist moment” (Prediker 3). Daar zorgt God voor. Alleen, wij kunnen dat niet begrijpen.
Proberen vast te houden aan wat is geweest, is geen optie door de veranderingen die zichtbaar worden. Krimp hoeft geen kramp te worden!
Gods Geest is het die altijd waait en ons inspireert en in beweging zet om te blijven bouwen aan de Kerk van de Heer.
Ik hoop dat we als St. Paulusparochie, in de hectische tijd die we doormaken, elkaar vasthouden. Dat we het geloof en verbondenheid hoog houden en bereid zijn om ook in 2019 onze beste krachten te geven aan de Heer en Zijn Kerk. Niet omwille van de nostalgie, maar vanuit een levend geloof.

Namens het pastorale team en het parochiebestuur wens ik u en jou een Zalig Kerstmis toe en een Gezegend Nieuwjaar!

Pastoor H.A.M. de Jong


Herfststormen

Het is herfst. Tijd voor stormen en buien. De oogst is bijna overal van het land en uit de tuinen. De bomen zijn kaalgeplukt. Verwerkt tot jam of taart. En gedeeltelijk weggegooid: aangetast, verrot, overrijp, niet meer te eten. Hier en daar hangt nog wat, te wachten tot een storm en vorst hen van de takken waaien en ze bij de rest op de grond kunnen vergaan. Van rijp naar rot is soms maar een kleine overgang.
Van rijp naar rot, ook in de kerk. De éne, heilige, katholieke en apostolische kerk dreigt te bezwijken onder de last van alle misbruikschandalen. ( lees meer op de website van Aartsbisdom Utrecht) De doofpot is een vulkaan geworden die op uitbarsten staat.
Helaas is de kerk niet het enige instituut waar schandalen spelen. Ze wordt er wel extra, en terecht, op aangekeken, omdat ze altijd een strenge seksuele moraal aan de gelovigen heeft voorgehouden. Een moraal waar veel eigen leiders de hand mee lichtten. In veel commentaren is het verplichte celibaat een van de boosdoeners. Ongetwijfeld speelt het een rol. Maar het misbruik wordt ook gepleegd door gehuwden, en in kringen waar van verplichte onthouding geen sprake is. Bijna altijd is er sprake van een verschil in machtspositie: het slachtoffer is op een of andere manier afhankelijk van de dader. Het is een probleem van hiërarchie, een als heilig en onaantastbaar beschouwde indeling van hoog naar laag: van trainer naar pupil, van leraar naar leerling, van gewijde naar leek. De onthullingen hebben het aanzien van de kerk enorm geschaad. Kun je nog geloofwaardig zijn, als het gaat over goed en kwaad?
Paus Franciscus wordt nu ook van binnenuit aangevallen, door bisschoppen en kardinalen die het op heel andere fronten niet eens zijn met zijn beleid, en deze gelegenheid aangrijpen om zijn stoel te laten wankelen. In sommige kerkelijke kringen wordt steen en been geklaagd over het gemis van sacraliteit in de kerk na het Tweede Vaticaans Concilie. De invoering van de volkstaal, de communie op de hand, viering met het gezicht naar het volk: het zou allemaal afbreuk doen aan het mysterie van het geloof. Maar er is niets mystieks aan gregoriaans of latijn. En wat we niet snappen hoeft niet geheimzinnig te zijn, het kan ook gewoon onbegrijpelijk en in elk geval onbegrepen zijn. En is je beroepen op een geheim niet een vorm van het uitoefenen van macht?
Het wordt dus tijd voor openheid, hoe pijnlijk dat misschien ook is. Maar een wond kun je meestal niet genezen door hem te verstikken. De vernieuwingen van het eerder genoemde concilie hebben geprobeerd meer openheid te brengen. De gewone gelovige mocht meedenken, meedoen. Er was nieuwsgierigheid, er kwamen cursussen en gespreksavonden. Het hoefde niet meer geheimzinnig te zijn, het geheim lag in ons midden, niet alleen achter de rug van de priester op het altaar. Het onderscheid tussen gewijd en ongewijd was niet langer onoverbrugbaar: priesters bleken gewone mensen – misschien af en toe wel eens té gewoon, maar in elk geval geen aparte kaste. De kerk, in liturgie, bestuur en activiteiten, was van iedereen geworden. Veel mensen hebben dat als een verrijking ervaren, al bracht het ook meer verantwoordelijkheid met zich mee. Misschien dat daardoor het toedekken van de misbruik- en andere schandalen extra gevoelig ligt en hard aankomt. En je kunt er niets tegen doen, hooguit het schip verlaten. En dat gebeurt dan ook op veel plaatsen. Maar waar vind je vervangend vervoer? En is dat wel nodig?
De kerk verkeert in zwaar weer. Het systeem kraakt. In veel commentaren wordt al snel de conclusie getrokken dat dus alle religies corrupt en overbodig zijn. Maar omdat er rotte appelen in de mand zitten, hoeft de appelboom toch niet omgekapt te worden? In onze parochie hebben veel mensen positieve ervaringen zowel met priesters en pastores als met het instituut. En dankzij de openheid sinds het Concilie hebben we ook geleerd dat we van en met elkaar kunnen leren en geloven. Als we dat geloof met elkaar kunnen blijven delen, als we doen wat we kunnen in onze plaatselijke geloofsgemeenschappen, kunnen we samen de storm het hoofd bieden. Het gaat immers op de blijde boodschap van Jezus Christus. En de waarde en waarheid daarvan kan wel worden beschadigd door valsspelers, maar niet worden vernietigd.
Pastor Jos Droste


Verkondig het Evangelie

Gaat over de hele wereld en verkondigt het Evangelie aan heel de schepping (Marcus 16, 15). Deze opdracht staat aan het eind van het Marcus Evangelie. In de Evangeliën is door de vier Evangelisten het leven van Jezus beschreven en wordt de opdracht aan de lezer gegeven om Zijn blijde boodschap door te vertellen en mensen te dopen in naam van de drie Ene God, Vader, Zoon en heilige Geest. Een mooie opdracht maar hoe doen we dat in onze tijd? Hoe kunnen we geraakt worden door de woorden van de Schrift.

Het zijn barre tijden voor de Kerk. Geloof en religie liggen zowel van binnen de Kerk als buiten de kerk onder vuur. De maatschappij is kritisch en hoe geven we inhoud aan het gelovig leven. Hoe kunnen we het geloof, de Blijde Boodschap, doorgeven in een tijd van krimp en een steeds groter wordende parochie. Hier heb ik natuurlijk geen pasklaar antwoord op maar als je de kerkelijke documenten op slaat is dit een onderwerp waar al ruim 50 jaar aandacht voor is. We hoeven het wiel gelukkig niet opnieuw uit te vinden.
In de zomervakantie heb ik het Compendium voor de nieuwe Evangelisatie gelezen. Dit is een uitgaven van kerkelijke documenten, preken en toespraken van de verschillende Pausen tussen 1962 en 2016. Tijdens het tweede Vaticaans concilie dat van 1962 tot 1965 in Rome is gehouden was het als een belangrijk onderwerp. Geloofsoverdracht. Een bekende uitspraak van de heilige Paus Johannes de XXIII is aggiornamento. Dat betekend, Bij de dag brengen. Open de ramen werd er gezegd. Deze uitspraak is volgens mij nog steeds zeer actueel.
Wanneer de ramen en deuren open zijn kunnen we Gods Geest binnen laten komen kunnen we ook naar buiten om erop uit te gaan. God klopt op de deur, wij mogen open doen om Hem binnen te laten en wij kunnen erop uit te trekken.

Het Evangelie roept ons op om erop uit te trekken en door te geven wat we hebben ontvangen. Je kunt je de vraag stellen welk geloof we hebben we ontvangen en wat en hoe geef je dat door. Dat is waar de vele documenten en preken over gaan.
In de documenten worden een aantal hele duidelijke handvatten gegeven over geloofsoverdracht en geloofsbeleving. Het lijkt vanzelfsprekend maar je kunt alleen doorgeven wat je hebt ontvangen zoals de apostel Paulus al schrijft.

De verschillende Pausen roepen op tot “Kerygma” de Griekse uitdrukking voor Eerste Verkondiging. Dit geldt niet alleen voor nieuwe gelovigen maar we blijven allemaal leerling van Jezus. Ons hele leven lang.
Een volgend punt dat veelvuldig wordt aangehaald lijkt ook vanzelfsprekend maar vraagt veel van ons. De oproep tot het onderhouden van de unieke relatie met Christus die we allemaal hebben op onze eigen manier. In gebed en de ontmoeting met de Heer in het vieren van de sacramenten en het doen van de Werken van Barmhartigheid. Daarnaast worden we opgeroepen tot gemeenschap. Het geloof belijden, het geloof vieren en het geloof in de praktijk ten uitvoer brengen vraagt om gemeenschap.
Gemeenschap met de mensen van de locatie, van de parochie, van het Bisdom en met de wereld kerk. Het ontmoeten van de ander met een kleine letter en een hoofdletter. En we mogen erop vertrouwen dat we hierin geleid worden door de heilige Geest. Gods Geest die we met Pinksteren hebben ontvangen.
Nieuwe evangelisatie vraagt moed en durf om met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Krachten te bundelen en de vreugde van het Evangelie te delen in onze mooie Achterhoek.
Pastor R. den Hartog


Geloof, hoop en liefde voor een (moedige) minderheid

In onze streken, en daarmee bedoelen we Nederland, neemt het aantal christen gelovigen af, ‘de Kerk’ wordt kleiner. Dat roept vragen op. Wat is wezenlijk voor christelijk geloof, voor een leven met Jezus Christus en kerkelijke verbondenheid?
Belangrijke vragen, die we ook dikwijls weer wegduwen wanneer deze zich aan ons opdringen. ‘Nu even niet... ’ vandaag staat er nog van alles in onze agenda’s, de kinderen, het werk, een verjaardagsfeestje, eet. Boodschappen moeten nog gedaan worden, in de tuin kijkt het onkruidje aan, etc. En toch ...
De grote vakantie en de luwe warme zomertijd ligt achter ons. Hopelijk heeft deze periode ons goed gedaan? Een nieuw school- en werkjaar in de kerk ligt voor ons open. Het leven herneemt haar dagelijkse ritme. En dan zijn daar die vragen! Wat is wezenlijk voor ons geloof, voor een leven met Jezus en wat is de rol van kerkelijke verbondenheid?

Met een kleine groep mensen zijn we bezig om in het voorjaar 2019 een impulsavond te organiseren met het thema ‘Wat geloven we zelf? Dit is voortgekomen uit de vraag vanuit het alledaagse leven van jonge ouders naar geloofsopvoeding. Maar als we geloof willen doorgeven moeten we wellicht ons eerst bewust te binnen brengen wat we zelf geloven?
En ons verdiepen in de vraag wat we willen doorgeven en wat de waarde van geloof in ons eigen leven is?
Om dat te kunnen ont-dekken, - zodat het zichtbaar voor je wordt -, volgen hier een paar gedachten die we zouden kunnen meenemen in het nieuwe werk/schooljaar:
1. Stilte in jezelf!
2. Kijken naar de horizon
3. Vertrouwen
4. God redt eerst, dan geeft Hij en dan vraagt Hij

Stilte en retraite, ver weg tijdens een vakantie, maar ook dagelijks dichtbij in de mooie Achterhoek. Het is een (levens)kunst om gedurende je dag korte retraitemomenten in te plannen. Dat betekent datje bewust afstand neemt van alle drukte om je heen en je met open ontvankelijke houding zoekt naar God in de stilte. Jezus deed het ook (lees Marcus 1). Vroeg in de ochtend stond Hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek (in de Statenvertaling staat hier 'woeste plek') om daar te bidden. Weg uit het georganiseerde leven, in direct contact met God, de Vader. Gewoon een gesprek over alles wat je bezighoudt (...).
In zeven (symbolisch getal van volheid) minuten kun je je ademhaling/ levensadem al tot rust brengen! Ook is de handreiking van Wil Derkse het proberen waard:
Een halfuur stilte per dag Een stille avond per week Een stille dag per maand Een stil weekend per kwartaal Een stille week per jaar

Wandel eens op de tekst: ‘Uw genade is mij genoeg’. En kijk eens naar de horizon in plaats van gefocust op dat wat er op zo'n vijf meter binnen handbereik ligt.
Er komt stilte in je hoofd. Je ballast wordt minder zwaar. Mensen die een focus hebben in de verte, kunnen zwaardere lasten beter dragen. Ze weten waar ze heen gaan en ze weten zich onderdeel van een groter geheel. Je ziel groeit. Wie zich focust op de ruimte gevende God gaat spontaan danken en zingen, zoals David in de psalmen. (Psalm 4:2) Een horizonlijn geeft perspectief en diepte aan een beeld.
Oefen heel praktisch door niet naar de grond te kijken, maar met je hoofd omhoog te lopen. Kijk niet alleen naar de fysieke horizon, maar ook naar de geestelijke horizon.
Welk perspectief heb jij bij God? Durf de horizon in jezelf en de ander te zien: ben jij beperkt, of heb je meer in je dan je zelf kon vermoeden?

Een dankbaar antwoord op een gulle Gever die God is, past in een christelijk leven. Christenen die enkel ‘verplichtingen’ navolgen, missen iets in de persoonlijke ervaring met God die de ‘onze Vader’ is. Ik moet dit, ik moet dat én dat...enkel verplichtingen. Het fundament van deze verplichtingen is de Liefde van God de Vader, die eerst geeft en dan vraagt. In voorbereiding op de sacramenten Eerste Communie en Heilig Vormsel, willen we dit o.a. graag delen met de kinderen.

De wet voor de relatie stellen, helpt ons niet op onze geloofsweg. Hoe kan een jongere beslissen om christen te worden, als we vertrekken vanuit de eisen, taken, inzet, en niet vanuit de verlossing en de Heilige Geest als Helper en Trooster? Dankbaarheid is een karakteristieke eigenschap van een hart dat bezocht is door de Heilige Geest; om God te gehoorzamen moet je allereerst zijn Gaven in herinnering houden.

Als minderheid hebben we elkaar nodig om deze waarden te blijven delen en is het wezenlijk voor ons christelijk geloof, voor een leven met Jezus Christus en in kerkelijke verbondenheid met elkaar. Durf over grenzen heen te kijken, zoek elkaar op en vertrouw op Hem, die eerst geeft en dan vraagt. Maar ons nooit zal overvragen, omdat Hij ons kent. Dat is prachtig en bemoedigt ons! Dat God altijd geprezen mag worden om alles wat Hij heeft gedaan, doet en zal doen in ons! Waarderen wij het beeld van de Kerk als netwerk van liefde tot opbouw van een beschaving van liefde. Wij zijn - als kleiner wordende groep-geroepen om de verbinding met elkaar te onderhouden, rond Jezus Christus de levende Heer, en ons ook met anderen te verbinden.

Ik wens u allen een jaar vol ruimte, vreugde, dankbaarheid en moed!

Namens het pastoraal team.
Carla Roetgerink, pastoraal werkster.


Stilte in je hoofd in een wereld vol herrie…

Elke zaterdag zie ik weer uit naar de column van David & Arjan in dagblad de Gelderlander. In de editie van 2 juni schrijven ze over stilte zoeken in een wereld vol herrie. In de eerste paar zinnen leggen ze al uit dat lawaai ongezond is voor de mens. “Het veroorzaakt hartproblemen, hoge bloeddruk, stress en slaaptekort. Het vermindert je creativiteit, vergroot je angstgevoel en zorgt dat je je minder goed kunt concentreren”. Uit allerlei onderzoeken blijkt dat onze hersenen behoefte hebben aan stilte, maar dan ook echte stilte. De heren roepen tenslotte op om actief op zoek te gaan naar stilte, naar een vorm van evenwicht. Maar om die stilte werkelijk te ervaren moet je misschien wel eerst heel goed kunnen luisteren.

Meditatie: nieuwe verbinding tussen binnen en buiten.
We kennen allemaal het gevoel wel dat we van binnen iemand zijn en tegelijk constateren wij dat de omgeving waarin we leven noodzakelijkerwijs een bepaald gedrag van ons vraagt. We hebben grote of kleine verantwoordelijkheden, door ons beroep of een positie waardoor wij ons ook op een daarbij passende manier hebben te gedragen. Dat kan een zekere spanning in ons teweeg brengen.

Momenten van ontspanning zijn die ogenblikken waarin wij weer het gevoel hebben dat onze binnenkant en onze buitenklant eigenlijk weer bij elkaar horen. Wanneer we dat ervaren voelen wij ons goed, zijn wij terug bij de bron, bij onze ziel. Op zoek naar een nieuwe verbinding met onze ziel en met de wereld om ons heen, is voor veel mensen een verlangen. Niet langer op de automatische piloot langs de dagelijkse dingen draven, maar opmerkzaam zijn in het hier en nu.

Stilte vind ik een weldaad. Vakantie, vrij zijn helpt. Ik vind de Oostenrijkse bergen een weldaad van rust en ontspanning. “Je hoort de stilte”, zo riep jaren geleden mijn zoons op te luisteren. Maar zo’n oase is er niet ineens. Ik moet er moeite voor doen. Bijvoorbeeld aan het begin van de dag. Nog geen radio aan, de sociale media uit. Gewoon even stil zijn, ruimte maken in mezelf. Gaandeweg heb ik ontdekt dat zulke momenten intens kunnen zijn en me gemakkelijker brengen tot mezelf en tot de Bron van het leven. De stilte kan zijn als een gebed. Bidden met de psalmen, die de worstelingen van mensen door de geschiedenis heen bezingen. Worstelingen met zichzelf en met God. “Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden. Eeuwige God wij willen U zien. Geef ons vandaag een teken van liefde”. (Psalm 103)

Mijn leermeester, pater Henk Jongerius o.p., zei eens: "Je hoeft geen oosterling of boeddhist te worden, geen volgeling van enige bijzondere beweging, om tot heelheid te komen. Je moet wel proberen om de weg naar binnen te vinden."
In onze tijd worden er op allerlei plaatsen trainingen, meditaties en cursussen aangeboden die deze weg willen aanreiken. Kloosters staan bij veel mensen in de belangstelling om er een aantal dagen tot rust en bezinning te komen. De stap zetten, erover nadenken: Hoe is het met mijn wereld vol herrie, kan het wat stiller? Soms heb je iemand nodig die je de weg wijst en leert te ontspannen, waardoor je harmonie ervaart in je lichaam en geest.
De vakantietijd staat voor de deur. Veel mensen trekken er op uit, dichtbij of verder van huis. Waar je ook naar toe gaat, zoek de stilte, kom los van het alledaagse, maak je geest vrij. Leer luisteren met de oren van je hart. Wie weet wat er aan je gebeurt of je dichterbij jouw Bron komt.

Diaken Cor Peters


Vertrouwen

Volgende maand is het al weer een jaar geleden dat ik formeel pastoor werd van onze twee grote parochies met in totaal zestien geloofsgemeenschappen. Toen ik 23 jaar geleden gewijd werd had ik mij zo’n toekomstbeeld niet voor kunnen stellen. Er werd in die tijd nog niet gesproken over het sluiten van kerken. Sommige dingen lukten nog: de oprichting van een kinderkoor, aantrekkelijke jongerenvieringen en nieuwe vrijwilligers die hun intrede deden.
“Hoe is het, kunt u het redden? “ vragen parochianen soms belangstellend met de toevoeging dat het wel een “hele kluif” is.
“Ik denk het niet” is mijn reactie. En dan zie ik plots een verschrikt gezicht.
“Ik ga het niet redden, Hij moet redden!”
Maar ja, de Heer heeft grondpersoneel nodig om Zijn Boodschap ingang te laten vinden in deze tijd en in deze omgeving.
Onlangs is het pastoraal team versterkt met de komst van pastoraal werkster Carla Roetgerink, terwijl we afscheid namen van Annet Zoet en eerder van Hetty Bresser.
Ik ben blij met mijn collega’s en al die andere enthousiastelingen in zestien locaties die hun vertrouwen geven en ondersteunen en met gebed, inzet en aanwending van hun talenten.
Veel waardering heb ik voor de parochiebesturen die – beiden onderbezet – in een goede sfeer samenwerken en zeer veel werk verzetten en daarbij ook minder plezierige zaken opvangen.
Er komt, beste mensen, veel op ons allen af.
De volkskerk met haar vanzelfsprekendheden is weg. Geloven doen de meeste parochianen zelf wel – “ik heb mijn eigen geloof” – en zoeken dat niet meer of alleen nog op de scharniermomenten van het leven in een lokale gemeenschap. Die lokale gemeenschap krimpt en haar voortbestaan is onzeker geworden.
We zien het. We weten het.
Maar waar is ons vertrouwen?
Als pastoraal team en besturen buigen we ons over een nieuw beleidsplan dat richting zal geven aan de kerk-in-verandering in onze mooie oostelijke Achterhoek.
Bij dit alles spreken we vertrouwen uit in het besef dat de Kerk niet een project van mensen is, maar een gave van God. En wat Hij geeft heeft altijd blijvende waarde. De Kerk is van alle tijden is én altijd in beweging. Uiteindelijk is zij een gave die bestand is tegen slijtage, afbraak en vervlakking. De heilige Geest leeft in haar en zorgt steeds weer voor vernieuwing en voortgang. Dat wil niet zeggen dat alles bij het oude blijft. Bemoedigend voor mij zijn de woorden opgetekend in de 127ste psalm, vrij vertaald:
“Als de Heer niet helpt bij het bouwen van het huis, dan heeft het geen zin, ook al doen de bouwers hun best”.
Als we vanuit dit vertrouwen kunnen leven kunnen we ook vertrouwen geven. De kerk van de toekomst zal met dat vertrouwen en vrijmoedig het geloof in God ter sprake brengen en ervan getuigen.
Pastoor H.A.M. de Jong


Kerk in beweging

De tijd tussen Pasen en Pinksteren staat in het teken van de groei van de jonge kerk. Dat past mooi bij de lente, ook dan schiet er van alles uit de grond, er wordt gezaaid en gepoot, nieuwe dingen geprobeerd: wil dit plantje hier aarden, of moet er eerst een en ander aan de grond gebeuren? Of is het misschien toch niets voor dit klimaat, voor onze streek? Of hebben we een nieuwe tuinman nodig?
Verandering past ook heel goed bij het feest van Pinksteren dat we deze maand vieren. De heilige Geest die nieuw leven in de leerlingen blaast, zodat ze met de blijde boodschap de wereld in durven trekken. Ook hun wereld was veranderd, en zij moesten de woorden en daden van Christus in die veranderde en veranderende wereld uitzaaien, in omstandigheden en streken die ze daarvoor niet kenden. Ook zij kregen te maken met de spanning tussen trouw aan wat ze hadden geleerd en rekening houden met het nieuwe.
In het team verandert er ook weer van alles. Pastor Bresser is nog maar net weg, of we mogen pastor Roetgerink welkom heten, om even later afscheid te nemen van pastor Zoet. Pastores komen en gaan, zei iemand eens, maar parochies blijven.
Nu blijkt dat laatste ook niet helemaal op te gaan, en geloofsgemeenschappen mogen dan wel blijven, maar ook daar bespeuren we heel wat veranderingen. Ook daar gaan er meer gelovigen dan erbij komen. Het is een golfbeweging die nu voor wel erg heftige beroering zorgt. En we weten allemaal, als je hard met een mand appels schudt, vliegen er gemakkelijk wat uit. Maar ook buiten de mand blijft een appel een appel.
We zien dat de éne geloofsgemeenschap verdeeld raakt in kleinere groepen van gelovigen, die zich rond een bepaalde activiteit verenigt. Ik denk aan de bezoekgroepen, of kringen van Geloven Nu. Ik denk aan de tuinploegen, of de voorgangers bij uitvaarten. Ouders komen af en toe bij elkaar voor de voorbereiding van Doop, Eerste Communie en Vormsel. Werkgroepen van de Caritas denken na over hoe ze de diaconale taken van de kerk in hun woonplaats, of in het geheel van de parochie, vorm kunnen geven, ook met andere kerken. En leden van koren en beheergroepen dragen elk op hun manier een steentje bij aan het voortbestaan van de geloofsgemeenschap.
Soms dreigt daarbij het gevaar van versnippering. Het is niet meer vanzelfsprekend dat een grote groep in de weekendviering samenkomt. Nog wel bij een uitvaart. De belangstelling voor de jaarlijkse informatieve parochieavond is meestal ook niet erg groot. Wel voor de vrijwilligersavond. Vaak weten mensen niet wat er in hun dorp allemaal op kerkelijk gebied gebeurt, laat staan bij de buren. Wat dat betreft heeft de individualisering ook in de kerk toegeslagen. Maar de kerk heeft ook gebruik leren maken van de moderne communicatiemiddelen. Zelf ben ik geen Twitteraar en zit ik niet op Facebook, maar de parochie is te vinden op het net, de Paulusbrief en in de bladen van de geloofsgemeenschappen. De parochie is natuurlijk wel te vinden op Facebook. Het zijn allemaal manieren om, bij alle beweging en drukte en verandering, toch met elkaar in contact te blijven, ook over de eigen grenen heen. En wie dat te groot vindt: er is ook altijd nog de kerk, waar we terecht kunnen om elkaar te ontmoeten, om met elkaar te praten over hoe het gaat met groei en bloei, niet alleen van gras en koeien, maar misschien ook van ons geloof. Dat de helende en heilzame kracht van de Geest ons daarbij mag helpen!
Pastor Jos Droste


Mensen van het licht

In mijn eerste pastorale column heb ik geschreven over afsluiten en opnieuw beginnen. Ik heb een nieuwe start gemaakt in de St Paulus- en de St-Ludger Parochie. Eerst als diaken en vanaf 11 november 2017 als priester. Ik vond het geweldig dat er zoveel parochianen bij de wijding in Utrecht waren om maar te zwijgen over de ruime belangstelling bij mijn eerste Heilige Mis in Groenlo en de aansluitende receptie. Het was mooi om zoveel mensen de hand te schudden. Mede dankzij jullie aanwezigheid zijn het echt hele bijzondere dagen geworden. Iedereen ontzettend bedankt voor het warme welkom. Met dankbaarheid kijk ik terug op de dagen van mijn wijding en de eerste Heilige Mis. En dan? De parochies in. De afgelopen weken heb ik veel mede parochianen mogen ontmoeten in de zestien geloofsgemeenschappen. Tijdens de Eucharistievieringen, vormsel- en eerste heilige communie voorbereiding, doopvoorbereiding, rondom uitvaarten en bij de verschillende huisbezoeken. Maar natuurlijk ook op straat of in de supermarkt.
Een nieuw begin doet mij ook denken aan de periode van het jaar waar we in zitten. Het voorjaar komt eraan en de dode natuur komt weer tot leven. Het blad komt weer aan de bomen, het gras dat schiet weer op en de eerste bloesem komt tevoorschijn.
Ook in ons kerkelijk leven hebben we de beweging van het donker naar het licht gemaakt. De 40-dagentijd was een tijd van inkeer, van vasten en het geven van aalmoezen. Voor mij was het een periode van gebed en de dagelijkse dingen met meer zorg doen. Gericht op God en de medemens. Een tijd van overwegen en herbronnen van de relatie met God in de tijd die Hij ons schenk. Het is ook een tijd van verlangend vooruit kijken van wat we gaan ontvangen.
En nú vieren we het Paasfeest. We vieren het mysterie van de verrijzenis van de Heer. Het verbond, de belofte die God met Zijn volk en ons als Zijn Kerk is aangegaan is helemaal vervuld. Zoals het Joodse volk bevrijd werd uit Egypte en een nieuwe start kon maken zo vieren wij de verrijzenis van de Heer. In de Paaswake is de beweging van het donker naar het licht symbolisch weergegeven door het ontsteken van de Paaskaars. Het licht dat over onze verschillende geloofsgemeenschappen is verdeeld.
Voor mij is Pasen ook een hernieuwde start maken in de relatie met God. God heeft het initiatief genomen om in Jezus Christus naar ons toe te komen. Door Jezus te volgen mogen we steeds dichter bij het mysterie van God komen. Jezus volgen die van zichzelf zegt: “Ik ben het licht van de wereld” (joh. 8:12).
En zoals Jezus na zijn verrijzenis aan de leerlingen verscheen is Hij ook in onze gemeenschappen aanwezig. Als we de Eucharistie vieren, als we samenkomen rondom de Schrift of door het uitvoeren van de lichamelijke en geestelijke werken van Barmhartigheid.
We zitten in een tijd dat de vorm van de geloofsgemeenschappen en de samenstelling veranderd. We zoeken naar nieuwe vormen van pastoraat en mogelijkheden om het geloof en de vreugde van het Evangelie door te geven aan nieuwe generaties. Een boeiend proces waarin we mogen vertrouwen op heilige Geest want het is de Heer zelf die uiteindelijk Zijn Kerk leidt. En wij mogen hier een instrument in zijn.
Het Evangelie roept ons op om mensen van het licht te zijn. Mensen van geloof, hoop en liefde. Laten we dat ook uitstralen en uitdragen in ons dagelijks leven in het vertrouwen dat de Heer altijd bij ons is.
Zalig Pasen.
Pastor R. den Hartog


Veertigdagen de tijd voor het Pasen is

Het is alweer halfvasten wanneer u dit leest. Halverwege de veertigdagentijd waarin we ons voorbereiden op het paasfeest. Een tijd van versobering, verstilling, omzien naar arme en kwetsbare mensen. Ons hart toekeren naar elkaar en ons omkeren naar God. We gaan met Jezus vanuit de woestijn op weg naar Jeruzalem. Onderweg gebeuren bijzondere dingen. Mooie ontmoetingen tussen mensen. De vraag is of u en ik deze veertigdagen ook echt de tijd nemen voor verstilling en bezinning op ons leven en geloven? Bewust leven, iets minder consumeren, breken en delen met mensen die het anders of minder getroffen hebben dan de meesten van ons. Pasen kan je anders zomaar overvallen! We krijgen de mogelijkheid om stil te staan bij heel fundamentele vragen: Wie zijn wij? Wat betekent het leven voor ons? Hoe kunnen we in het voetspoor van Jezus dichter bij God komen? Veertig dagen de tijd nemen om ons op een nieuw leven voor te bereiden. De liturgische kleur is paars, maar dat wil niet zeggen dat het een droeve tijd zou zijn. Het toeleven naar Pasen is een opgang naar de vreugde, is je op weg begeven naar een leven dat lijden en dood kan doorstaan. Nu al mogen we proeven van de vreugde, die straks in de paastijd, in al haar volheid zal doorbreken: in muziek en zang, in gebed en aanbidding, in dankzegging en lofprijzing.
Zoals de 4e zondag van 40 dagen: “God die rijk is aan erbarming heeft ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt”. God heeft de wereld zo liefgehad dat hij zijn Zoon gegeven heeft, opdat allen die in Hem geloven eeuwig leven zullen hebben. De liefde van God voor ons is groter dan ons hart.
De liturgie van deze dagen neemt ons mee. Zeker de laatste, Goede, week voor Pasen. Het uithouden in ziekte en lijden, elkaar niet alleen laten, uit liefde er zijn, delen in het verdriet om de dood. De stilte doorstaan om samen bij het lege graf te staan, geschrokken en verbaasd: de Heer leeft: in u, jou en mij. Dat is het nieuwe leven van Pasen.
Durf het ook, je open te stellen voor de verhalen, de symbolen en rituelen, waarmee we het mysterie van leven en dood vieren. Ze zijn zo krachtig, dat we er nog altijd, ook nu nog, door geïnspireerd worden, ik in elk geval wel!

Cor Peters, diaken 


Een weg gegaan en nog te gaan!

Op 1 februari 2018 is het 12 ½ jaar geleden dat ik werd benoemd tot pastoraal werker in wat toen nog het Parochieverband Noach heette en sinds 1 januari 2011 de St. Paulusparochie. Nu, schrijvend tijdens de laatste dagen van 2017, denk ik terug aan de tijd dat ik er werk, aan de mensen die ik heb ontmoet, met wie ik heb samengewerkt en aan vele bijzondere momenten die ik in de parochie beleefd heb.
Toen, in augustus 2005 begon ik aan een nieuwe fase in mijn leven, aan een reis als pastoraal werker en kon ik niet bevroeden waar deze reis me zou brengen. Tijdens mijn pastorale stage had ik er kennis mee gemaakt, maar de werkelijkheid van een benoeming in een parochie bleek toch heel anders. Moeilijk vond ik, dat ik direct een profiel moest kiezen, want ik wilde liever eerst een jaar van alles doen in het pastoraat en daarna een keuze maken. Ik koos catechese, want daar voelde ik me het meest in thuis, maar ik had het gevoel, dat ik nog weinig te bieden had. Pastor moet je worden in de praktijk. Je benoeming maakt je niet tot pastor, maar de mensen voor wie je werkt doen dat als ze een beroep op je doen, als je met hen op mag trekken in de dagen tussen het overlijden en het afscheid van hun dierbare, als je op bezoek komt, als je voorgaat en merkt of je al of niet contact krijgt met de mensen die zijn gekomen, in het voorbereiden van kinderen op hun Eerste Communie of Vormsel samen met werkgroepen.
Toen ik gepresenteerd werd, werd het Emmaüsverhaal gelezen en het thema van de viering was “Gaandeweg”. Zowel het Emmausverhaal als het thema “Gaandeweg” zijn de afgelopen jaren met mij meegetrokken. Zo heb ik het werken in de parochie ervaren: als pastor mag je een stukje meelopen op de levensweg van mensen die je ontmoet. Samen loop je op, al pratend over wat er speelt, hoe dat ervaren wordt, welke vragen dat oproept, wat de betekenis is in het leven van iemand. Met woorden, beelden, gebaren, een onafgemaakte zin, gebaren probeer je samen dichtbij het geheim van God in het leven van deze mens te komen: wie of wat is de dragende kracht, hoe ga je om met de klappen die het leven uitdeelt, wie of wat geeft hoop, troost, heling en genezing, groei en bloei? De openheid en het vertrouwen die kunnen ontstaan in zulke gesprekken, die ook een openheid kan worden naar iemands eigen leven en het heilige daarin, het geheim dat God ook in deze mens woont en in hem of haar oplicht, dat is het kostbaarste en kwetsbaarste waarbij je als pastor aanwezig mag zijn.
Ik heb ervaren, dat werken in het pastoraat wederkerig is. In het samenwerken met werkgroepen, in gesprekken met mensen word ik ook steeds zelf aangesproken, ben ik ook zelf in het geding. Ik leer van hen, van hun ervaringen en verhalen, van hoe zij over dingen denken of dingen doen. In het samenwerken aan een viering of aan het voorbereiden van kinderen op hun Eerste Communie ontstaat er door ieders inbreng gaandeweg een geheel en een gezamenlijkheid die inspirerend is. Zo samen op weg gaan, onderweg zijn, samen de hobbels in de weg overwinnen, al sprekend met elkaar, zoals de twee leerlingen op weg naar Emmaus toen Jezus zich als derde bij hen voegde, dat is voor mij een inspirerend beeld van pastoraat: als we in groepen en onmoetingen zo met elkaar optrekken – luisterend, vragen stellend, het brood en het levens samen brekend, dan mogen we erop vertrouwen, dat de Geest ook in ons hart het vuur opnieuw aansteekt.

Annet Zoet,
pastoraal werker in de parochies St. Ludger en St. Paulus
                                                                                            Terug 


De tijd krijgen

Als je jong bent duurt een jaar een eeuwigheid.
Naarmate je ouder wordt lijkt de tijd steeds sneller te gaan. Tijd is een wonderlijk gegeven. Als je in gespannen afwachting bent lijkt ie te kruipen en soms kom je tijd te kort. Vaste rituelen helpen ons om met het ongrijpbare maar dwingende fenomeen tijd om te gaan. De afwisseling van dag en nacht, van lente, zomer, herfst en winter geven wel houvast, maar je hebt er bij lange na niet genoeg aan. Horloges, wekkers en kalenders, planners, schema’s en roosters komen er aan te pas om de tijd in de greep te krijgen.
Elke minuut komt maar één keer langs, een voorbije dag komt nooit meer terug.
Wij hebben een tijdsbesef. Wij hebben herinneringen, we maken afspraken voor de komende tijd.
Hoe zal 2018 zijn?
Het nieuwe jaar nodigt ons uit, ja dwingt ons om naar elkaar toe te gaan. Nieuwjaar vraagt om een wens, een hand, een samenwerking waar je van op aan kunt.
Op de eerste dag van het nieuwe jaar vieren we het moederschap van Maria. Maria staat op de drempel van de tijd, van oud naar nieuw. Door het Kind dat zij mocht dragen schenkt God toekomst aan de mensheid over de grens van dit tijdelijke, aardse bestaan. We hebben met Kerstmis mogen vieren dat God heel dicht bij ons is gekomen. Hij deelt ons bestaan. Soms stoppen wij veel energie en tijd in het afstand houden van elkaar. In de grote, maar ook in de kleine wereld om ons heen, gaat het vaak om invloed en macht en afscherming.
Wat als wij meer kostbare tijd en energie zouden steken in vrede en verzoening en saamhorigheid? Stel je eens voor dat er geen angst meer zou bestaan, geen bitterheid en vijandschap! We zijn misschien geneigd om te zeggen: “Dat kan ik me niet voorstellen”.
Het Kind in de kribbe wel. Daarvoor is Hij in onze aardse tijd gekomen.
Moge het u in 2018 goed gaan, een Gezegend Nieuwjaar! U en ik, wij zijn geen perfecte mensen. Maar wel mensen met boeiende, ongekende kansen. De apostel Paulus zegt het zo treffend: “Laten we dan het goede doen, zolang wij de tijd hebben!” (Galaten 6, 10).

Pastoor H. de Jong

                                                                                            Terug 


Het is mooi geweest…

We zijn op weg naar Kerstmis, feest van Jezus’ geboorte, van Licht en Vrede, en daarna naderen we al snel het einde van het jaar.. een tijd om terug te kijken en vooruit te blikken. Voor mij persoonlijk wordt het een heel bijzondere jaarwisseling.
Zoals u en jullie allen ondertussen wel weten ga ik vanaf 1 januari van mijn pensioen genieten. Mijn AOW-leeftijd is dan nog niet helemaal bereikt maar ik ben aan een nieuwe fase in mijn leven toe. Een periode van meer rust, van tijd voor mijn naasten: mijn man, (klein)kinderen, mijn moeder, familie en vrienden, want ja die zijn er in de laatste drukke jaren wel eens bij in geschoten. Tijd ook om te genieten van de mooie natuur om ons huis… tijd voor een wandeling en een mooi boek.
Het is mooi geweest in alle betekenissen van het woord.
Ik mocht ruim acht jaren in het pastoraat werken, iets wat ik als doorgewinterde schooljuffrouw vroeger nooit had kunnen bedenken. Na ruim 25 jaar met veel plezier in het onderwijs gewerkt te hebben heb ik na mijn theologiestudie de overstap gemaakt naar het werken in de kerk.
Er is in die ruim acht jaren heel veel gebeurd binnen onze kerk en ook in onze parochie . Een tijd van afnemend kerkbezoek en minder deelname aan de sacramenten. Negatieve ontwikkeling in onze rk kerk maar toch zijn er heel veel mooie dingen gebeurd.
Mijn tijd als pastor heeft mij heel veel gebracht, veel mooie contacten met collega’s, vrijwilligers en parochianen. Prachtige vieringen: van gezinsvieringen tot uitvaarten, van dialectvieringen tot oecumenische vieringen of zelfs een combinatie van die twee, kermis– en carnavalsvieringen, Patroonsfeesten, maar ook ‘gewone’ weekendvieringen en vieringen door de week. Allemaal vieringen waar ik me echt verbonden mocht voelen met God en de mensen.
Dit jaar zal ik nog één keer de geboorte v